Exocriene Pancreas Insufficiëntie (EPI)

Onder de maag, gelijk lopend aan het eerste deel van de dunne darm (de twaalfvingerige darm), vind je de alvleesklier. Dit is een klein orgaan dat 2 verschillende functies heeft:

  1. Het produceren van insuline – een hormoon dat nodig is voor de verplaatsing van suiker uit de bloedbaan naar cellen in het lichaam.
  2. Het produceren van verteringsenzymen – onder deze verteringsenzymen vallen lipase, protease en amylase. Verantwoordelijk voor de vertering van vetten, eiwitten en zetmeel.

In de alvleesklier zijn cellen aanwezig welke bovenstaande functies uitvoeren, ze produceren insuline of verteringsenzymen. Het kan voorkomen dat (een deel van) deze cellen stoppen met functioneren. Dit kan vervelende gevolgen hebben voor een hond of kat.

Wanneer de cellen die insuline produceren stoppen met functioneren kan een hond of kat diabetes type 1 krijgen.

Wanneer de cellen die nodig zijn voor de productie van verteringsenzymen niet meer functioneren kan een hond of kat last krijgen van Exocriene Pancreas Insufficiëntie (EPI).

 

EPI is een aandoening die niet te genezen is. Wanneer de cellen van de alvleesklier zodanig beschadigd zijn dat ze hun functie niet meer uit kunnen voeren, is het niet mogelijk om deze cellen te herstellen. Het is dan noodzakelijk om een hond of kat te voorzien in verteringsenzymen; dit kan door middel van een supplement (bijvoorbeeld verteringsenzymen in poedervorm) of door pens te geven (welke verteringsenzymen bevat). Met de juiste behandeling kan een hond of kat met EPI toch heel oud worden.

 

Een hond of kat die EPI heeft kan last hebben van één of meerdere van onderstaande symptomen:

  • Gewichtsverlies
  • Slechte vachtkwaliteit
  • Anorexia
  • Veel ontlasting
  • Verhoogde / Extreme eetlust
  • Lusteloosheid
  • Waterige diarree (soms)
  • Overgeven

Doordat het lichaam van een hond of kat met EPI niet in staat is om voeding optimaal te verteren, zal je zien dat deze dieren veel afvallen en continu honger blijven hebben. Het lichaam is overigens niet in staat om voedingsstoffen op te nemen zonder dat deze afgebroken worden (gemetaboliseerd) tot kleinere stukjes. Een groot deel van de voeding die een dier binnenkrijgt verlaat het lichaam onverteerd. Dit resulteert weer in veel ontlasting of diarree.

Doordat dieren weinig tot geen voedingsstoffen op kunnen nemen uit de voeding zijn er geen voedingsstoffen aanwezig die het dier kunnen voorzien in energie. Het lichaam zal reserves in het lichaam afbreken om aan de benodigde energie te komen, dit resulteert in een dier dat maar af blijft vallen.

 

Omdat veel van de symptomen die voorkomen bij EPI erg algemeen zijn en dan ook voorkomen bij vele andere gezondheidsproblemen, zal een dierenarts diverse onderzoeken uitvoeren om de aandoening vast te kunnen stellen of juist uit te kunnen sluiten.

  • Een bloedonderzoek: TLI-test (Trypsine-Like-Immunoreactivity). Bloed zal in een laboratorium onderzocht worden op de TLI waarden. Zijn deze erg laag, dan kan dit wijzen op EPI.
    Daarnaast kunnen honden of katten die EPI hebben ook last hebben van andere gezondheidsproblemen, zoals bijvoorbeeld bloedarmoede. Aan de hand van een bloedonderzoek kunnen eventuele andere gezondheidsproblemen vastgesteld worden.
  • Een vitamine test. Bij dit onderzoek wordt er met name gekeken naar vitamine B12 en foliumzuur. Tekorten aan deze twee vitamines komen vaak voor bij dieren met EPI.

 

Er zijn verschillende oorzaken te benoemen voor het ontstaan van EPI. De meest voorkomende oorzaak is een (chronische) alvleesklierontsteking. Maar er zijn ook andere oorzaken die kunnen resulteren in de aandoening. Hierbij kun je denken aan alvleesklierkanker waardoor deze is aangetast, afwijkingen bij de geboorte of een verstopping van de ‘afvoer’ van de alvleesklier naar de darmen.